Weten hoe je dienst het doet,
niet hoe je servers het doen.
Wij meten per bedrijfsproces of de dienst zijn werk doet en waar hij hapert, met netwerk en certificaten als modules erbij. Monitoring vertelt je dat een component omvalt; dit vertelt je of je klant zijn bestelling kon afronden. Vier teams die groen melden is nog geen werkende keten.
Weten hoe je dienst het doet, niet hoe je servers het doen.
Monitoring vertelt je dát een component omvalt. Observability laat je achteraf een vraag stellen die je vooraf niet had bedacht: waarom duurde déze bestelling, van déze klant, om kwart over drie, elf seconden? Dat verschil zit niet in meer schermen, maar in data die op transactieniveau aan elkaar geknoopt is.
End-to-end service monitoring.
Wij monitoren de dienst zoals de gebruiker hem ervaart: van de klik in de browser, via je applicaties en middleware, tot de database en de koppeling met een externe partij. Eén tijdlijn per transactie, over teamgrenzen en leveranciersgrenzen heen.
Dat maakt de vraag ‘ligt het aan ons of aan jullie’ beantwoordbaar. Niet met een mening, maar met een tijdlijn waar iedereen naar kijkt.
- Servicebeschikbaarheid per bedrijfsproces, niet per server
- Van klik tot query, inclusief schakels bij derden en ketenpartners
- Afgesproken normen per proces, met een norm die je haalt of niet haalt
- Kortere hersteltijd, omdat zoeken korter wordt in plaats van herstellen sneller
- Eén tijdlijn waar ontwikkeling, beheer en leverancier samen naar kijken
MELT: metrics, events, logs en traces.
Observability rust op vier soorten signaal. Ze zijn pas nuttig als ze aan elkaar hangen: los van elkaar leveren ze vier dashboards en nul antwoorden.
Hoe staat het ervoor.
Getallen over tijd: responstijd, doorvoer, foutpercentage, wachtrijen. Goedkoop op te slaan en geschikt om een norm aan te hangen. Ze vertellen je dát er iets verandert.
Wat is er gebeurd.
Een release, een wijziging, een schaalactie, een failover. De helft van alle storingen begint bij iets wat iemand deed. Leg dat naast je grafiek en de verklaring staat er meteen.
Wat zegt het systeem zelf.
De details en de foutmeldingen. Onmisbaar voor de laatste stap van een onderzoek, maar alleen bruikbaar als ze genormaliseerd zijn en je weet welke je moet hebben.
Waar bleef de tijd.
Eén transactie gevolgd door alle schakels heen, met per stap de duur. Dit is de laag die de vraag ‘bij wie ligt het’ definitief beantwoordt.
Ons werk zit in het aan elkaar knopen: dezelfde tijdstempel, dezelfde transactie-id, dezelfde naamgeving van diensten. Daarna is een storing een leesoefening in plaats van een zoekplaatje.
Eén proces zakt onder de norm, en de oorzaak ligt buiten je eigen muren. Dat is precies het gesprek dat je met je leverancier wilt voeren, met cijfers erbij.
Rapporteren op wat de klant merkt.
Een beschikbaarheid van 99,9% per server zegt weinig als de keten eromheen wél onderbroken was. Daarom meten we per bedrijfsproces: kon de klant zijn polis afsluiten, zijn schade melden, zijn betaling doen?
- Per proces een norm, een meting en een eigenaar
- Ketenpartners meegemeten, zodat een storing buiten je muren ook zichtbaar is
- Cijfers die je in een leveranciersgesprek kunt leggen zonder discussie over de meting
- Dezelfde bron voor de techniek én voor de directierapportage
Ligt het aan ons of aan jullie?.
Die vraag kost bij een storing de meeste tijd. Met één tijdlijn is hij in twee minuten beantwoord.